Nieuw(s)

Een nieuwe wereld vol beloften
wordt betreden
als elkaars reisgenoten
stellen we vragen
delen we visies
zetten we intenties om in daden
maken we elkaar deelgenoot
van de wonderbaarlijke reis
die ons leven is
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Barneveldse Krant

| 2012
verslag en foto’s Haïti-reis

BK-HAÏTI

persbericht Jan Hiensch

Voorthuizenaar Jan Hiensch helpt bij wederopbouw in door aardbeving getroffen land

Breekbaarheid en schoonheid in getraumatiseerd Haïti

VOORTHUIZEN – ,,Een land met louter trauma’s”, zo omschrijft Voorthuizenaar Jan Hiensch Haïti, waar hij in november was voor ontwikkelingswerk. Twee jaar nadat het land werd getroffen door een zware aardbeving neemt de wanhoop nog steeds toe. Het Caribische land gaat gebukt onder armoede en massawerkloosheid. Toch zag Hiensch ook lichtpuntjes. ,,Iedereen wil meehelpen, wil vooruit.”

Tekst: Luuk Esser, Beeld: Ruud Speksnijder, Jan Hiensch

Jij, zo breekbaar in dit licht
Een kostbaar evenwicht
Een weerloos mooi gezicht

Uit ‘Mooier dan de zee’ – Nobuts

Thuis, voor de computer. Pas toen drong tot Jan Hiensch door wat hij in Haïti had gezien, wat in twee weken aan hem voorbij was getrokken. Voor de computer zittend, de talloze portretten terugkijkend die hij in die tijd heeft geschoten, treffen hem de blikken in de ogen van de kinderen die hij voor zijn lens heeft gehad. Nu pas, op afstand, ziet hij echt wat uit die blikken te lezen is. ,,Ik zie veel eigenwaarde, trots, maar ook verdriet. Er is meestal een lach op de foto’s, maar daarachter gaat veel schuil. De droefenis is nooit ver weg in Haïti. Je ziet in de ogen dat een kind al een hele geschiedenis achter de rug heeft. Het vreemde is dat ik pas in Nederland in staat was dat goed te zien. In de omgeving, met de dynamiek van spelende kinderen om je heen, sta je er veel minder bij stil.”

Jan Hiensch (50) is drie maanden terug uit Haïti. In zijn ouderlijk huis in Voorthuizen, waar hij weer woont, staat een groot bureau in het midden van de woonkamer met een grote Apple-computer erop; Hiensch is beeldend kunstenaar en werkt tevens als grafisch vormgever. Hiensch, achter de computer, scrollt de mappen door, waarin hij de honderden foto’s die hij maakte, heeft geordend. Bij veel foto’s staat hij even stil en volgt een korte uitleg. Bij een foto, gemaakt vanuit een busje: ,,Als je ook maar even stilstaat, komt er meteen een handjevol straatverkopers op je af. Er was er zelfs één die adapters voor mobiele telefoons verkocht. De wanhoop is tastbaar op straat. Tachtig procent van de bevolking is werkloos. Alles wordt aangegrepen om maar iets te kunnen verdienen.”

De reis naar Haïti lag aanvankelijk helemaal niet op zijn pad. Toevallig liep Hiensch in oktober vorig jaar tegen een stand aan van Global Aid Network (GAiN), een christelijke organisatie die ‘praktische trips’ organiseert naar ontwikkelingslanden. Het greep hem meteen, het idee om in minder bedeelde landen de handen uit de mouwen te steken. ,,Ik was heel impulsief. Dit moest ik doen, dat werd me meteen duidelijk. Ik kwam in die periode zelf uit een behoorlijk diep dal, vanwege het overlijden van mijn moeder en familieomstandigheden. Ik heb in die tijd veel steun ervaren van vrienden. Ik wilde dit keer zelf iets voor anderen betekenen.”

Nauwelijks een maand later zit hij al in het vliegtuig, op weg naar de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. Met geluk kon Hiensch nog mee, omdat het regelen van tickets vertraging opliep.

Eenmaal in Haïti laat Hiensch zich direct onderdompelen in de dynamiek van het land. ,,Ik zoog alles op, als een spons. Het leven op straat, de drukte. Het is moeilijk uit te leggen, maar de wereld daar is zo anders. Ik wilde het allemaal meemaken. Weten wat de mensen voelen, hoe hun dag eruitziet. Ik heb een man ontmoet waarmee het vanaf dag 1 klikte. Omdat we al een poosje met elkaar omgingen, vroeg hij mij op een dag mee te komen naar zijn huisje. Kom je daar in een piepkleine hut, waar in een kamertje van 1,5 bij 2 zijn baby ligt te slapen. Het mooie is dat je je als vaders onderling toch verbonden voelt. De trots waarmee hij zijn baby wilde laten zien, die herkende ik heel goed. Ook al versta je elkaar niet, je begrijpt elkaar precies.”

Onderweg naar Ca-Ira, een dorp ruim 30 kilometer ten westen van de hoofdstad, ziet hij wat de aardbeving van twee jaar terug heeft achtergelaten. Verwoesting. Wegen zijn zwaar beschadigd, haast onbegaanbaar; de rit van Port-au-Prince naar Ca-Ira duurt 2,5 uur. Het dorp zelf is bijna helemaal getransformeerd in een tentenkamp, waarin mensen worden gehuisvest na de aardbeving op straat kwamen te staan. Naast de felle kleuren die het straatbeeld domineren, valt het blauw op van de VN-troepen die nog steeds paraat staan in m.n. Port-au-Prince. Omdat de kosteloze voorziening van water en voedsel langzaamaan wordt afgebouwd, staan de blauwhelmen juist in de periode dat Hiensch het land bezoekt op scherp om onlusten te voorkomen.

Op het terrein van het weeshuis, dat GAiN aan het opknappen is, ziet Hiensch nog een aspect van het Haïtiaanse lot. Die van een jeugd zonder perspectief. ,,Tot een bepaalde leeftijd vallen kinderen onder de vleugels van het weeshuis, maar daarna moeten de kinderen het in hun eentje zien te redden. Je hoort verschrikkelijke verhalen, over weesmeisjes die door familie als slaaf worden gebruikt, worden mishandeld. Als je er rondloopt, moet je niet teveel stilstaan bij de toekomst. Het hier en nu, nu verandering brengen, daar gaat het om.”

Dat doet Hiensch door mee te werken aan de bouw van een weeshuis, dat na de aardbeving is ingestort. Op dag 1 heeft hij de schep nog in zijn handen gehad om daaraan mee te werken, maar al snel ziet hij andere taken voor zich weggelegd. Hij gaat puin ruimen, om orde te scheppen op het terrein waar 49 kinderen en begeleiders leven, naar school gaan én waar de bouwwerkzaamheden plaatsvinden.

Direct in het oog springt de ingestorte kerk op het terrein van het weeshuis, waarvan alleen nog de gescheurde muren overeind staan. ,,Canadese hulpverleners hadden er wel een dak voor gemaakt, maar omdat het nog een kale ruimte was, konden er nog geen diensten plaatsvinden.” Van metaal en planken maakt Hiensch een wand om het puin elders in de kerk aan het oog te onttrekken. Beschadigde banken worden gerepareerd. Van een stuk verwrongen staal maakt hij een kruis, dat aan de voorste muur komt te hangen. De eerstvolgende zondag is de eerste dienst. ,,Vreselijk ontroerend”, zegt hij erover. ,,Ik heb wel een uur staan huilen tijdens de dienst. Ik zag een gemeenschap die, ondanks alle ellende, zinderde van vreugde. En ik zag hoe weinig je nodig hebt om het leven toch intens te kunnen beleven. Maar vooral was voor mij de cirkel rond. Meegaan naar Haïti was een impulsieve actie, nauwelijks overdacht. Met het opbouwen van de kerk viel voor mij alles op zijn plek. Met mijn talenten kon ik een twee jaar gekoesterde droom van de geloofsgemeenschap daar helpen vervullen. Dit was mijn taak, besefte ik. Hiervoor moest ik naar Haïti.”

De kracht van de bevolking van Ca-Ira is voor Hiensch een grote les. ,,Ik ben me ervan bewust geworden dat je gelukkig kunt zijn, ondanks je omgeving, ondanks grote ellende. Dat kan door stil te staan bij de vreugde die je diep van binnen voelt, de kracht die je van binnenuit krijgt. Ik probeer daar veel bewuster mee om te gaan.” Temeer daar hij in Haïti zag tot hoeveel veerkracht innerlijke vreugde kan leiden. ,,Na de aardbeving hoorde je veel mensen en organisaties in het Westen reppen over de lethargie van de Haïtianen, dat mensen helemaal niet bereid waren mee te helpen aan de wederopbouw. Ik heb gezien dat dat enkel wordt veroorzaakt door de totale afwezigheid van veel primaire voorzieningen, zoals gezondheidszorg en goede wegen. Het is simpelweg niet mogelijk meer te doen dan nu wordt gedaan. Is er maar een kleine kans meer te doen, dan staat iedereen op. Dan is iedereen bereid zijn handen uit de mouwen te steken. Dat zag ik ook bij de herbouw van de kerk; iedereen wilde daar onderdeel van uitmaken.” Ook dat, die veerkracht, ziet Jan Hiensch ook terug op de foto’s die hij in Haïti maakte, naast de onontkoombare wanhoop. Het is het verhaal van Haïti, zegt hij. Een diep getroffen land, met veel persoonlijk leed. Maar daartussen ook veel lichtpuntjes. Foto’s van Hiensch zijn inmiddels gebruikt voor de videoclip van het nummer ‘Mooier dan de zee’ van de Barnevelde rockformatie Nobuts (te zien op YouTube, red.). De tekst sluit aan op de twee gezichten die Hiensch van Haïti zag. ,,Er is breekbaarheid, maar tegelijkertijd ook grote schoonheid.”